vrijdag 23 mei 2008

23.
Zetten onze reis voort naar Futsju. Op de weg kwamen veel karren bespannen met ossen ons tegemoet: deze zijn zeer plomp gebouwd. De wielen zijn zeer verschillend van de Europese door de veelheid van dwarsbalkjes en de brede krans die van dwarsbalk naar dwarsbalk met een tussenhout verbonden is. Op de plaats van de banden waren er uitstekende knoppen op de krans in de vorm van een ∞ met bamboe vervlochten, om zo de krans dichter bij elkaar te houden en slijtage ervan te voorkomen (overigens een gebrekkige manier). De manier waarop de ossen de kar moesten trekken, is voor de dieren zelf zeer bezwaarlijk. Een aan de dubbele dissel bevestigde jukboog rust tussen de nek en de schoft , waar zich een tamelijk grote knobbel gevormd heeft, waartegen het juk bij het trekken aanzet,en omdat juk zich er bijna vrij over heen en weer beweegt, is deze plek vaak ingedrukt. Men gebruikt geen leidsels, door de neus loopt een ring waarmee het dier door middel van een touw geleid wordt: Het zijn doorgaans onbesneden ossen.
Rond Futsiu zijn veel rijstvelden en de onlangs op kleine veldjes gezaaide rijst is nu enkele duimen (centimeters) hoog opgeschoten en nu maakt men de grote rijstvelden klaar voor het verplanten; een zeer moeizaam werk,de overstroomde grond met een hak (….) open te hakken en in voren te leggen. ( Men noemt dit werk …..).We kwamen vroeg in Fitsiu aan en bekeken en kochten wat vlechtwerk en houtwerk, dat in heel Japan beroemd is.

Geen opmerkingen: