donderdag 6 maart 2008

De 6de maart.
In de ochtend van de 6de maart ging ik met Dr Bürger aan land, alwaar ik me bezighield met het opzoeken van enkele planten en Bürger met het onderzoek van de gesteldheid van de bergen. De vegetatie is hier op dit schiereiland nog in diepe slaap, en ik vond naast een Tlaspi [Thlaspi] geen enkele bloeiende plant – bovendien zag ik maar weinig bekende planten. – Enkele Quercus soorten – Eurya – een mij onbekende Potentilla. De bosjes bestonden, net als op het eiland Jasirosima, uit Pinus en Quercus serrata doorgroeid met Bambus en enkele van de bovenvermelde planten; aan het strand vond ik naast enige verdorde grassen Statice limonium, Morus papirifera, een Chonopodium virgatum Th. en rozenstruiken. De huizen waren versierd met Nandina, Cycas, Bambus.


Cycas revoluta Thunb.

– Tussen Mukohibi en Hibi – zo heten die hier zeer mooi liggende dorpen, ligt een zoutziederij. – Het zeewater wordt – (door middel van een sluis) 24 uur lang op een, met muur van granietblokken aangelegd, zeer uitgebreid filter gebracht dat slechts met fijn grijs zand is bedekt, en daarna afgevoerd door vierkante afwateringsgaten. Hierna wordt het gekookt in ketels en voor de kristallisatie in met metselwerk beklede kuilen gedaan. – Hier leek mij de afstand tot het eiland Sikokf het kleinst, volgens opgave van de plaatselijke bevolking 3 Japanse mijlen. – Ik dacht hier enige nuttige observaties met het kompas te kunnen maken, omdat de bedekte hemel mij verhinderde lengte en breedte metingen te doen. Mukohibi en Hibi zijn zeer mooi gebouwde dorpen, en het uiterlijk van de inwoners en de bouwstijl van de huizen wijst op enige welstand. De inwoners staarden ons zeer nieuwsgierig aan; ik hoorde dat hier nog nauwelijks Hollanders waren geweest. Na een oponthoud van enige uren verlieten we deze kust met een kleine buit aan naturaliën. Bij het weggaan zag ik een slimme manier om Sepia’s te vangen. – Men had namelijk slakkenhuizen (grote) bevestigd aan strotrouwen, die men dan in grote hoeveelheden in zee hangt, waar die Sepia’s dan inkruipen en dan gevangen worden uit hun vermeende woonhuizen. – Wij werden bij tegenwind en tegenstroom met ongeveer dertig sleepboten uit de bocht van Mukohibi gebracht op uitdrukkelijke wens van het opperhoofd om redenen die ik te zijner tijd uit de doeken zal doen, – maar toen we door grote inspanningen van de roeiers nauwelijks een halve Japanse mijl vooruit gekomen waren, kwamen herhaalde verzoeken naar het opperhoofd om toch de onmogelijkheid van een voortzetting van onze zeereis in te zien, bij het daar aan verbonden gevaar in de duistere nacht op een klip te lopen, het anker te mogen laten vallen hetgeen uiteindelijk na veel onenigheid is gebeurd. – Ik zal een grote strijd moeten strijden met mijn Europese reisgenoten voor het laten doorgaan en een gunstige uitkomst van mijn onderzoekingen. – Maar “Si illanitur orbis impavidum feriat ruinae


Nandina domestia Thunb.

1 opmerking:

Martien van Oijen zei

Dit is een incompleet citaat van Horatius : Carmina (Oden) Boek III, ode 3, regel 7 en 8:
”si fractus inlabitur orbis, impavidum ferient ruinae” vert: “al stort de hele wereld in,
bang is hij niet voor de vallende brokken.”