vrijdag 28 maart 2008

De 28ste maart.
Met mooi weer zetten wij ’s morgen om half zes onze reis voort door tamelijk vlak land –rijstvelden, nu beplant met raapzaad, afgewisseld door tarwe of andere graansoorten. –NW het nog met sneeuw bedekte gebergte Kamakat[?]ake en Gosansjoo. We rusten hierna in Tomita.
Langs de grote landweg zijn de mijlen zeer precies aangegeven door aan beide zijden opgeworpen heuveltjes met in het midden een kersenboompje, jenoki (Celtis orientalis) of dennenboompje geplant. Er zijn mijlen van 36 en 50 straten2) (tsjo of matsu) – een straat is 36 ken – een ken 6 sjak 3 sun. 1 sjak 10 sun. We gingen over de Asagawa rivier, waarna zich een uitgestrekte vlakte rijstvelden opent net als de vorige met andere economische gewassen bebouwd, maar het merendeel met raapzaad in enkele rijen geplant gescheiden door diepe gleuven voor het afvoeren van het water. De Japanners weten van hun rijstvelden en ook van de meeste andere velden een tweevoudige en vaak zelfs een drievoudige oogst te halen. Voor dit doel worden zelfs tussen de graansoorten doorgaans‘in gelijklopende rijen andere gewassen verbouwd, die bij de eerste groei of het planten, door het dan al hogere koren beschut wordt tegen de zonnewarmte, en het gaat na het binnehalen van het graan nog weelderiger groeien. Tussen de tarwe en de gerst zaaien ze op deze manier Polygonium chinense, Sesamum orientale, ramanas, komkommers, meloenen en dergelijke.


Sesamum orientale L.

De wortels en het stro van het koren, het dagelijks begieten met dunne mest, en het zorgvuldig wieden van het onkruid en het loshakken van de aarde versterkt de akkers voor deze ononderbroken vegetatie.
Tegen 11 uur bereiken we de voorstad van Kuwana, – bekijken hier een klokkengieterij en andere ijzerwerken. De vormen werden op dit moment gemaakt van fijn gezeefd grijs zand dat in een met bamboebanden voorziene, ronde trog wordt bevochtigd en door middel van een in het midden ervan gestoken stok, die aan de‘zijkant gevleugeld is, op eenvoudige wijze de gewenste vorm kan krijgen.


Gietvorm

Ook kwam ik een jonge Shinto priester tegen, hij heette Negi, was in het wit gekleed, en had een gelakte hoed oosakamuri op en een merwaardige speer hoko.
In Kuwana, een tamelijk grote vestingstad en de residentie van de vorst van Owari, hielden we middagpauze. Hier vonden we met moeite gelegenheid voor middagobservatie, vlak bij het kasteel. Direct na het eten zetten we onze reis voort naar Jazu over het water van de rivier Kisogawa. We kwamen langs het kasteel, dat ons door de combinatie van de levendigde botenrijke rivier met het landschap van mooie weilanden en bosjes verschijnende ons een aangenaam uitzicht bood. Door de afwisseling op de bewoonde oevers was het ook nog onderhoudend.

Geen opmerkingen: